17. Doelgroepverbreding
In vorige hoofdstukken is al herhaaldelijk gesteld dat Begeleid Werken gedefinieerd wordt door de methodiek van Supported Employment, en niet door de categoriale indeling van de hulpvrager. In de praktijk echter wordt de doelgroep grotendeels bepaald door de regels van de financierder – wat voor ruim 90% het VAPH is. Dit leidt soms tot een omkering van de begrippen: sommigen omschrijven Begeleid Werken als de begeleidingsvorm vanuit VAPH, AMA als de begeleidingsvorm vanuit WVG en sociale werkplaatsen als de begeleidingsvorm van WSE. Daarmee wordt de werkelijkheid geweld aangedaan.
Begeleid Werken is Supported Employment, zonder de EUSE-voorwaarde van betaald werk. Maar verloning wordt ook niet uitgesloten: in de vorige hoofdstukken werd het belang van verloning ruim aangetoond, evenals het streven naar aansluiting met de wereld van betaalde arbeid. Maar het is geen doelstelling op zich: de focus ligt op een blijvende opvolging van de cliënt bij zijn (niet) betaald werk op een reguliere werkvloer. Inclusie is steeds de drijvende factor.
De methodiek van Supported Employment en de techniek van een flankerende jobcoach is dus breder toepasbaar dan wat we al kennen. Het is een opdracht voor diensten Begeleid Werken om op zoek te gaan naar doelgroepen en werkvormen die nog niet gekend zijn, maar wel baat zouden hebben bij de methodiek van Supported Employment.
Dat vraagt vooral een zoektocht naar een klaverbladfinanciering: een alternatieve, meerzijdige bron om cliënten te kunnen begeleiden die buiten de bestaande regels vallen. Daarbij moet breed en creatief gedacht worden: men heeft nog geen duidelijk omschreven beeld van de onbekende groep, en dus ook geen weet van mogelijke andere financiële ondersteuning. Dit kan individueel in gang gezet worden: ‘dit is een speciale situatie, wat kunnen we doen?’. Maar het kan ook structureel uitgebouwd worden, op vraag van een tot dan onbekende stakeholder. Belangrijk is dat de dienst zich als ondernemer durft op te stellen, en geen absolute zekerheden nodig heeft om te beginnen. Men begint, en toont aan dat het concept van Begeleid Werken een meerwaarde heeft voor de inclusieve inschakeling van een persoon met een ondersteuningsbehoefte. De onderhandeling voor een duurzame financiering, op basis van de aangetoonde meerwaarde, kan dan beginnen.
Er zijn heel wat mensen met een ondersteuningsbehoefte die nu niet bereikt kunnen worden door de categoriale indeling van het hulpverleningslandschap. Het VAPH subsidieert geen hulp voor mensen met psychische problemen, en binnen GGZ is er geen goede financiële regeling uitgewerkt. Ook langdurig zieken en langdurig werklozen hebben baat bij Begeleid Werken voor een kwalitatieve en inclusieve verbetering van hun dagbesteding. De overheid moet hier stappen in zetten, maar diensten Begeleid Werken moet zich ook tonen, en de meerwaarde van Supported Employment durven demonstreren.
Enkele succesvolle voorbeelden:
• Het Vrijwilligerspunt van Stad Antwerpen brengt inwoners op zoek naar een vrijwilligersactiviteit in contact met organisaties op zoek naar vrijwilligers. Men merkte dat een deel van deze vrijwilligers een begeleidingsbehoefte had, maar het Vrijwilligerspunt had zelf niet de know-how om deze begeleiding te organiseren. Werkburo Antwerpen heeft dit wel, en nam de rol van begeleidende dienst op. Stad Antwerpen voorzag een passende financiële ondersteuning.
• De overstap van school naar werkvloer verloopt voor sommige jongeren heel moeizaam. Werkburo Leuven toonde aan dat een begeleiding die al start tijdens de school succesvol is. In het kader van het GBO (Geïntegreerd Breed Onthaal) werd een ruim project opgezet, en werd de financiering (voorlopig) georganiseerd binnen de RTH-regelgeving.
• Sommige mensen met een betaalde job hebben toch een blijvende ondersteuningsnood op hun werkplek. Werkburo Antwerpen begeleidt een aantal mensen op langere termijn, waarbij de werkgever zijn VOP-premie gebruikt om deze begeleiding in te kopen.
• VOSPA (VoorOpleiding Social Profit Anderstaligen) leidt nieuwkomers toe naar een opleiding voor knelpuntberoepen in de Social Profit. Een deel hiervan heeft nood aan een flankerende jobcoach, wat de VDAB niet zelf kan bieden. Werkburo Leuven biedt dit wel. Een financiering is er nog niet.
Essentiëel is dat de dienst Begeleid Werken de eigen manier van werken in vraag durft stellen, én de doelstellingen (inclusie via werk) steeds voor ogen houdt. De gebruikelijke procedures moeten aangepast worden, maar de wettelijke basis (verzekering, verantwoording van aanwezigheid op de werkvloer, vrijstelling) moet gegarandeerd blijven.
Begeleid Werken heeft geen eigen werkterrein te verdedigen: het is een beweging die streeft naar een kwalitatieve verbetering van het leven van mensen met een beperking, door werk. Dat is een gedeeld streven, en vraagt soms een gedeelde inzet – ook van middelen.
• Soms heeft een woonbegeleider een betere en directere band met de persoon, en is een meer direct contact met de werkpost aangewezen. De jobcoach past zich dan aan, en neemt op de achtergrond eerder de rol van supervisie op zich.
• Soms verkiezen mensen om hun persoonlijk assistent meer te betrekken bij hun werk. De dienst Begeleid Werken neemt dan een faciliterende rol als vergunde zorgaanbieder op. Dat behelst zowel een supervisie naar de persoonlijk assistent toe, als een controlerende rol naar de werkpost toe.
• Sommige kleine SE-initiatieven hebben niet de mogelijkheden om aan doorstroom te werken. Een samenwerking met een dienst Begeleid Werken kan dan het verschil maken.
• Sommige ouderinitiatieven staan al ver in het aanbieden van een volledig zorgpakket, maar kunnen geen Begeleid Werken aanbieden omdat ze geen vergunde zorgaanbieder zijn. Een dienst Begeleid Werken kan zijn vergunning ter beschikking stellen, mits afgesproken voorwaarden.
• Sommige woonzorgcentra hebben een eigen begeleider voor hun vrijwilligers. Soms heeft deze persoon nood aan meer handicapspecifieke informatie en een soort intervisie omtrent bepaalde vrijwilligers, zonder de begeleiding zelf uit handen te geven. De jobcoach biedt dan eerder een vorm van outreach aan, dan zelf rechtstreeks de gebruiker te coachen.
De andere hoofdstukken uit Aan de slag lees je HIER
